RvB
Wist u dat...?

20 mei onze jaarlijkse ALV plaatsvindt in Haastrecht?
De agenda staat in het maart IJSTIJDschrift.

het (foto)verslag van de Voorjaarswandeling in
Swalme
n op de site staat?

het (foto)verslag van de Nieuwsjaarswandeling in Wassenaar online staat?

u ons kunt volgen via
Facebook
hyves
twitter

 
Deel 1: De eerste keer
Tekst en foto: Cela den Biesen ©
Sepia Katur
We schrijven 1990. Het wereldwijde web moest nog uitgevonden worden. Ons eerste telefoongesprek om elf uur op zondagmorgen met Ans Beer van kennel Frá Thyturstadir ging als volgt: ‘Uw vriendin, een keeshondenfokster gaf ons uw nummer. Wij willen in eerste instantie graag wat meer weten over het IJslandse ras. Kunt u ons informatie geven?’ Mevrouw Beer: ‘Waar wonen jullie?’ Ik: ‘In Venlo. Hoezo?’ Mevrouw Beer: ‘Dat is een klein uurtje rijden naar Vught. Ik verwacht jullie hier rond twaalf uur. Dag!’ Ze legt prompt de hoorn op de haak. Beduusd vertel ik mijn vriend Wim dat we over een uurtje op audiëntie worden verwacht.
Rond twaalf uur verwelkomden een fantastisch roedel IJslanders en mevrouw Beer ons in haar knusse peperkoekhuisje.
We waren meteen verkocht; zo buitengewoon mooi en lief waren de honden. Maar zo gemakkelijk ging dat bij Mevrouw Beer niet. We werden de hele middag uitgehoord en stevig ondervraagd. Alleen als je voldoende toewijding toont, tijd en ruimte hebt, kom je in aanmerking voor deze zeldzame en bijzondere honden. We kwamen door de eerste ronde en mochten de week daarna terugkomen voor een tweede gesprek en kennismaking met de pups.

Ons tweede bezoek. De volwassen honden van Mevrouw Beer werden aangelijnd en aan de handvaten van de kruiwagen gelust. Zo vertrok ze elke dag naar het achter haar huis gelegen weitje met IJslandse paarden waar de honden naar hartenlust konden rennen en spelen. Ons werden meteen taken toebedeeld: paardenvijgen en hondendrollen ruimen of stallen uitmesten. Onderwijl vertelde zij over haar honden. Ik herinner me hun namen nog goed: Cilia, Dagur, Dufa, Frani, Hekla, Katla, Lettir, Lipurta, Stigandi, en Taco. Nadat we het klusje geklaard hadden, werden de honden uitgebreid geaaid. Daarna op de langverwachte kraamvisite.

De pups waren drie weken. Eigenlijk zouden we op de wachtlijst komen voor een volgend nest, maar omdat een Belgisch echtpaar de datum van hun kennismaking met de pups wilden verzetten, werden wij naar voren geschoven; de aspirant-kopers werden zonder pardon geschrapt. We kwamen dus in aanmerking voor een pup uit het huidige nest van Cilia en Taco. De resultaten van de puppytest, het fijnste reutje (Katur) waar onze voorkeur naar uitging en de door Ans gemaakte keuze welke hond zij het best bij ons vond passen, bepaalden dat Katur de uitverkorene was. We mochten hem over vijf weken ophalen. Drie dagen later waren we al weer in Vught; we misten ons hondje. Zo togen we nog vele malen voor gezellige en leerzame middagen naar Vught.
Het 21e IJslandse hondje in Nederland was met zes weken een gezonde bolle pup. Ans beer belde met het verzoek of we hem nu al konden halen. Wat bleek? Katur zat steeds met zijn royale achterwerk in de voerbak en at zich in de rondte waardoor zijn nestgenootjes Fjola, Drifa (roepnaam Stacey), Trissa, Polli, Njall en Skati nauwelijks aan bod kwamen!
Divider
Volgende keer: THUIS